Bij levend stratego krijgt elke speler een kaartje met daarop zijn rang, en dat kaartje is het hart van het hele spel. De kaartjes bepalen wie wie verslaat, hoe je beweegt en of je het spel overleeft. Zonder de juiste kaartjes weet niemand wat zijn rol is, en valt het spel meteen uit elkaar.
Wat staat er op de levend stratego kaartjes?
Op elk kaartje staat een rangnummer en de naam van de bijbehorende functie. Die combinatie vertelt de speler precies wat hij in het spel mag en kan. Een kaartje met “Generaal” en het getal 2 geeft bijvoorbeeld aan dat deze speler bijna alle andere rangen verslaat. Hoe lager het getal, hoe hoger de rang en dus hoe sterker de speler.
Een bekende indeling, zoals beschreven in de spelregels van spelensite.be (ontworpen door Martin van Haeften), ziet er als volgt uit:
- Spion (10): de zwakste rang in de meeste gevallen, maar met een speciale kracht: als de Spion jou als eerste tikt, verlies jij. De Spion is dus gevaarlijk voor iedereen die niet oplet.
- Generaal (2): verslaat alle rangen van 3 tot en met 10. Alleen kwetsbaar voor de Maarschalk en de Spion.
- Daartussen zitten rangen zoals Kolonel, Majoor, Kapitein en Sergeant, elk met een eigen nummer en eigen bevoegdheden.
Het kaartje draag je zichtbaar bij je, zodat je teamgenoten weten wie je bent, maar je houdt het verborgen voor de tegenstander. Dat is precies het spanningselement dat levend stratego zo leuk maakt.
Hoe gebruik je de kaartjes tijdens het spel?
De werking is eenvoudig: kom je een tegenstander tegen, dan tikken jullie elkaar aan en laten allebei jullie kaartje zien. De hoogste rang (het laagste getal) wint het duel. De verliezer stapt uit het spel of gaat naar een verzamelpunt, afhankelijk van de spelregels die je vooraf afspreekt.
Twee uitzonderingen zijn belangrijk om te kennen. De Bom verslaat iedereen, behalve de Mijnwerker. En de Spion verliest normaal van bijna iedereen, maar als hij als eerste tikt, wint hij alsnog. Die uitzonderingen staan altijd duidelijk op het kaartje zelf of in de bijgevoegde spelregels.
Kaartjes maken of printen
Voor een zelfgeorganiseerd spel kun je de kaartjes gewoon printen op stevig papier of op karton. Lamineren is aan te raden als het buiten gespeeld wordt, zeker bij wisselvallig weer. Zorg dat elk kaartje groot genoeg is om van een meter afstand leesbaar te zijn, zodat spelers hun eigen rang kunnen controleren en teamgenoten hen snel herkennen.
Een handig formaat is ongeveer A6 (een kwart A4-vel), eventueel in een transparant badgeholder aan een touwje om de nek. Zo blijft het kaartje zichtbaar zonder dat je het de hele tijd vasthoud.
Als je de kaartjes zelf opmaakt, zet dan minimaal de volgende informatie erop: het rangnummer, de naam van de rang, en wie deze rang verslaat en door wie hij verslagen wordt. Dat laatste voorkomt discussies op het veld.
Hoeveel kaartjes heb je nodig?
Dat hangt af van het aantal spelers en de groepsgrootte. In een klassieke opstelling spelen twee teams tegen elkaar, met rangen verdeeld over alle spelers. Bij een groep van twintig spelers verdeel je tien kaartjes per team. Heb je meer spelers, dan kun je bepaalde rangen meerdere keren uitdelen, bijvoorbeeld meerdere Sergeanten of Kapiteins. Geef de zeldzame rangen zoals Maarschalk en Spion altijd maar aan één speler per team, anders verliest het spel zijn balans.
De kaartjes zijn bij levend stratego niet zomaar een accessoire. Ze zijn de spelregel die je bij je draagt. Met duidelijke, goed gemaakte kaartjes loopt het spel vanzelf, zonder dat je telkens de regels hoeft uit te leggen.

